top of page

Herstel zonder applaus: overlevingsbias en PDS

  • Foto van schrijver: Elja van den Berg
    Elja van den Berg
  • 15 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen

Wanneer Je buik de Baas het laatste station lijkt...

PDS

Veel mensen die starten met ons programma bij PDS Je buik de baas komen daar niet uit nieuwsgierigheid terecht, maar uit vermoeidheid. Ze hebben al een lange weg afgelegd langs spreekkamers, onderzoeken, diëten en adviezen. Elke stap begon met hoop en eindigde met teleurstelling. Wanneer deze behandeling wordt voorgesteld, hangt er vaak een onuitgesproken lading in de lucht: dit is het laatste wat we nog kunnen proberen.

Dat maakt de start zwaar. Niet alleen vanwege de klachten, maar vooral vanwege het verhaal dat iemand inmiddels over zijn lichaam is gaan geloven. Een verhaal waarin de buik onbetrouwbaar is geworden en herstel iets is dat vooral bij anderen lijkt te horen.


Een andere ingang

Wat Je buik de baas anders maakt, is niet dat het nóg een oplossing probeert toe te voegen, maar dat het de vraag verandert. Het gaat niet langer over wat er kapot is, maar over wat er voortdurend probeert te reguleren. Niet over controle, maar over samenwerking met een zenuwstelsel dat al jaren in een verhoogde staat van paraatheid staat.

Voor veel cliënten is dit de eerste keer dat hun klachten niet worden benaderd als een fout, maar als een logisch gevolg van langdurige ontregeling. Dat inzicht werkt vaak dieper door dan verwacht. Niet acuut, niet spectaculair, maar op een manier die ruimte creëert.


Beweging zonder applaus

Na verloop van tijd gebeurt er iets opmerkelijks. De buik verdwijnt langzaam van de voorgrond. Niet omdat alle klachten weg zijn, maar omdat ze minder richting geven aan het leven. Stressmomenten worden sneller herkend. Escalatie blijft vaker uit. Terugval wordt iets wat opgevangen kan worden, in plaats van iets waar opnieuw hulp voor nodig is.

En precies daar verdwijnt de cliënt uit beeld. Niet met een afrondend consult waarin succes wordt gevierd, maar simpelweg doordat zorg niet meer nodig voelt. Geen nieuwe verwijzing. Geen vervolgafspraak. Geen registratie. Uit het zorgsysteem.


De stilte na verbetering

In het zorgsysteem wordt die stilte zelden geïnterpreteerd als goed nieuws. Afwezigheid wordt niet automatisch gelezen als herstel, maar als onbekend. De aandacht blijft gericht op de mensen die terugkomen, bij wie klachten blijven escaleren, bij wie nieuwe interventies nodig zijn.

Zo ontstaat een scheef beeld. Je buik de baas wordt gezien als iets voor de zwaarste gevallen, terwijl juist de mensen bij wie het werkt, onzichtbaar worden. Het succes verdwijnt samen met de cliënt.

Overlevingsbias zonder dat we het merken

Dit is overlevingsbias in zijn meest subtiele vorm. Niet als theoretisch concept, maar als dagelijkse praktijk. We blijven kijken naar wie blijft, en vergeten wie verdwenen is. Daardoor lijkt het alsof PDS altijd hardnekkig is, alsof regulatie zelden voldoende is, alsof mensen altijd terugvallen.

Maar misschien is het tegenovergestelde waar. Misschien is het juist zo dat wanneer mensen leren hun lichaam weer te vertrouwen en te reguleren, ze de zorg niet meer nodig hebben. En wie geen zorg nodig heeft, wordt niet gezien.


Een vraag over timing

Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Wat als Je buik de baas niet pas zou starten wanneer alles al geprobeerd is? Wat als deze manier van werken eerder in het traject ruimte zou krijgen, voordat het verhaal van chroniciteit zich vastzet in het zenuwstelsel?

De cliënten die nu als “last resort” instromen, laten zien dat zelfs na jaren ontregeling verandering mogelijk is. Dat zegt minder over hoe hardnekkig PDS is, en meer over hoeveel potentieel er lange tijd onbenut blijft.


Dat cliënten na Je buik de baas niet meer zichtbaar zijn, is geen bijzaak. Het is een signaal. Een teken dat succes zich soms onttrekt aan metingen en systemen. Dat herstel niet altijd luid is. En dat afwezigheid soms precies betekent wat we hopen te bereiken.

Misschien moeten we leren luisteren naar die stilte. Niet als leegte, maar als bewijs dat het lichaam, wanneer het eindelijk de ruimte krijgt, vaak meer kan dan we denken.

 

Opmerkingen


bottom of page