Waarom je lichaam soms meer voelt dan er mis hoeft te zijn: "tussen de oren zitten" en "Leer ermee leven" is iets anders
- 22 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Veel mensen denken bij lichamelijke klachten nog altijd vooral aan schade, ontsteking of een afwijking ergens in het lichaam. Dat is begrijpelijk. Toch laat de moderne neurowetenschap steeds duidelijker zien dat klachten niet alleen afhangen van wat er in het lichaam gebeurt, maar ook van hoe het brein signalen verwerkt, interpreteert en prioriteert. Het brein speelt namelijk een actieve rol in het filteren, wegen en beleven van lichamelijke signalen.
Dat betekent niet dat klachten “tussen de oren zitten”. Integendeel. De pijn, misselijkheid, aandrang, druk, vermoeidheid of spanning die iemand ervaart zijn echt. Alleen ontstaat die ervaring niet uitsluitend vanuit het lichaam zelf. Wat iemand voelt, is uiteindelijk het resultaat van voortdurende communicatie tussen lichaam en brein.
Ons zenuwstelsel ontvangt de hele dag enorme hoeveelheden informatie vanuit organen, spieren, huid en interne systemen. Onder normale omstandigheden filtert het brein een groot deel van deze signalen automatisch weg. Veel processen verlopen immers zonder dat we daar bewust iets van merken. Je voelt normaal gesproken niet iedere darmbeweging, iedere hartslag of iedere verandering in spierspanning.
Dat verandert wanneer een systeem gevoeliger raakt afgesteld.
Bij langdurige stress, eerdere ziekte-ervaringen, angst, pijn, overbelasting of aanhoudende focus op lichamelijke sensaties kan het brein signalen anders gaan verwerken. Het filtersysteem wordt als het ware alerter. Signalen die eerder nauwelijks aandacht kregen, komen nu sterker binnen. Kleine veranderingen worden sneller opgemerkt en krijgen meer betekenis. Het zenuwstelsel gaat prioriteit geven aan mogelijke dreiging.
Vanuit evolutionair perspectief is dat logisch. Het brein is in de basis namelijk geen “waarheidsmachine”, maar een voorspellend beschermingssysteem. Het probeert voortdurend in te schatten wat belangrijk of potentieel gevaarlijk is. Wanneer het systeem eenmaal geleerd heeft dat bepaalde signalen relevant zijn, kan het daar steeds gevoeliger op reageren.
Dat zien we bijvoorbeeld terug bij prikkelbare darm syndroom (PDS), functionele dyspepsie, chronische pijn, blaasklachten, tinnitus of andere vormen van aanhoudende lichamelijke klachten waarbij het zenuwstelsel overgevoelig is geraakt. Het lichaam geeft signalen af die op zichzelf niet gevaarlijk hoeven te zijn, maar die door het brein wel als belangrijk of bedreigend worden beoordeeld. Daardoor kunnen signalen intenser worden beleefd.
De verwachting speelt daarin een grotere rol dan veel mensen beseffen.
Wanneer iemand bijvoorbeeld eerder heftige buikpijn kreeg tijdens een etentje, kan het brein bij een volgend etentje al extra alert worden nog vóór er daadwerkelijk klachten zijn. Het systeem gaat scannen, voorspellen en anticiperen. Spanning neemt toe, aandacht verschuift naar het lichaam en normale sensaties worden sneller opgemerkt. Juist daardoor kunnen klachten zich opnieuw versterken. Er ontstaat een vicieuze cirkel waarin aandacht, verwachting, spanning en lichamelijke sensaties elkaar wederzijds beïnvloeden.
Dat mechanisme is geen bewuste keuze. Het gebeurt grotendeels automatisch.
Hersengebieden zoals de insula, anterior cingulate cortex en delen van het salience network spelen hierbij een belangrijke rol. Deze netwerken helpen bepalen welke signalen aandacht verdienen en hoeveel urgentie eraan wordt toegekend. Wanneer deze systemen langdurig “hoog alert” staan, kan het brein neutrale of normale lichamelijke informatie steeds meer gaan ervaren als storend, intens of bedreigend.
Juist daarom is behandeling bij dit soort klachten niet alleen gericht op het symptoom zelf, maar ook op de regulatie van het zenuwstelsel en de manier waarop het brein signalen verwerkt. Dat kan via verschillende routes gebeuren, zoals uitleg en psycho-educatie, ontspanning, ademhaling, exposure, slaapverbetering, stressreductie en hypnotherapie.
Hypnotherapie wordt daarbij steeds vaker gezien als een manier om de automatische voorspellingen en alarmreacties van het brein tijdelijk minder dominant te maken. In die toestand ontstaat ruimte voor nieuwe associaties, andere verwachtingen en meer rust binnen het zenuwstelsel. Niet door klachten weg te “denken”, maar door het systeem opnieuw veiligheid te laten ervaren.
Dat is een belangrijk verschil.
Leer ermee leven
Want veel mensen met aanhoudende lichamelijke klachten horen nog te vaak: “er is niets te vinden” of “leer ermee leven”. Terwijl de huidige inzichten juist laten zien dat er wel degelijk iets gebeurt. Alleen bevindt de ontregeling zich niet altijd op het niveau van zichtbare schade, maar vaker in de manier waarop het brein en lichaam voortdurend met elkaar communiceren.
En precies daar ligt ook de mogelijkheid tot verandering.




Opmerkingen